Aanmelden

BackCover.be

Gepubliceerd in Nieuws

Hoeveel vossen zijn er in België?

28 juni 2017 Door  Redactie

Vossen zijn territoriaal. De dieren bakenen een bepaald leefgebied af waarin ze geen vreemde soortgenoten dulden. De oppervlakte van dergelijke territoria hangt af van de plaatselijke leefomstandigheden. Vooral het voedselaanbod is daarbij een bepalende factor. Waar jaarrond veel voedsel (woelmuizen in ruig grasland,...) beschikbaar is, kunnen de territoria kleiner zijn, en omgekeerd. Territora hebben doorgaans een oppervlakte van enkele vierkante kilometer.

Info

In zo'n territorium leeft dan één domimant mannetje (de rekel) en één dominant wijfje (de moer). In ongestoorde situaties, dat betekent zonder vossenjacht, leven in het territorium vaak ook nog één of twee andere, niet-dominante wijfjes, ook wel 'tantes' genoemd. Per territorium brengt in de regel slechts één wijfje - het dominante wijfje - jaarlijks in het voorjaar een nest jongen groot. In het najaar verlaten de jonge mannetjes het ouderlijk territorium en zwerven ze rond op zoek naar een ander, openkomend territorium (wanneer ergens een ouder dier sterft, of eventueel verdreven wordt) om er zich te vestigen.

Van de jonge wijfjes trekt een deel weg, een deel blijft en wordt zo een 'tante'. In ongestoorde situaties wordt de jaarlijkse voortplanting na verloop van jaren spontaan afgeremd, doordat minder wijfjes jongen krijgen en ook kleinere worpen produceren. Op die manier komen geboorte en sterfte min of meer in evenwicht met elkaar, en blijft de populatiegrootte grosso modo stabiel - zolang de omstandigheden (voedselaanbod, verstedelijking,...) globaal ook dezelfde blijven. 

Elk territorium wordt bezet door een beperkt aantal – meestal een tijdlang dezelfde – vossen, bijvoorbeeld vier dieren, één rekel en drie moeren - wat dan neerkomt op gemiddeld één dier per vierkante kilometer. Uiteraard leeft niet elk dier apart op een eigen vierkante kilometer, maar deelt zo'n groep een gemeenschappelijk territorium. Vossennesten bestaan gemiddeld uit vier tot zes jongen, maar dit aantal kan minder of meer zijn naargelang van de omstandigheden.

Wanneer de vos bejaagd wordt, komen dergelijke familiegroepen zelden, of slechts gedeeltelijk of zeer tijdelijk tot stand. Na de jachtperiode hergroeperen de overgebleven vossen zich en vormen ze voortdurend nieuwe koppels. De nesten worden dan gemiddeld ook groter.

Het aantal vossen in een gebied is dus van verschillende zaken afhankelijk, zoals de kwaliteit van het leefgebied (meer voedsel, kleinere territoria, meer vossen), de jaarlijske seizoenale schommeling (voor of na de voortplanting), en het eventuele beheer (wel of geen jacht, toegepast in welke periode van het jaar,...). Globaal gesteld gaat de vossendichtheid in West-Europese contreien van wat minder dan één tot twee-drie dieren per vierkante kilometer. In stedelijke milieus kunnen nog hogere dichtheden worden bereikt.

Beoordeel dit item
(1 Stem)
Getagged onder


Alleen abonnees kunnen commentaren posten. Klik hier om in te loggen.
Nog geen abonnement? Klik hier voor meer info.

RSS
LinkeIn
Facebook
Twitter