Aanmelden

BackCover.be

Gepubliceerd in Opinie

Energietransities zijn sleutel tot vooruitgang milieu

26 februari 2016 Door 
Michael Shellenberger en Rachel Pritzker Michael Shellenberger en Rachel Pritzker

Op de klimaatconferentie einde vorig jaar benadrukten de Amerikaanse president Barack Obama en de Indische eerste minister Narendra Modi de noodzaak om klimaatoplossingen te vinden die de ontwikkelingsvooruitzichten van India bespoedigen en niet ondermijnen. Maar in realiteit doen beide landen het omgekeerde: de focus ligt te veel op hernieuwbare energie en energie-efficiëntie.

Info

  • Bio:
    Michael Shellenberger en Rachel Pritzker
    zijn co-auteurs van het ecomodernistisch manifest.

Beide zijn belangrijk, maar zouden pas op de derde plaats mogen komen. Want rond klimaat en ontwikkeling zou de focus van elke regering moeten liggen op het versnellen van energietransities. Van hout en mest naar fossiele brandstoffen en van fossiele brandstoffen naar kernenergie.

Om te begrijpen waarom dit nodig is, is het belangrijk om energie en milieuvooruitgang in hun ontwikkelingscontext te bekijken. Bijna alle landen ontwikkelen zich via hetzelfde patroon: Kleine boeren worden productiever en verhuizen van het platteland naar de stad waar ze dan in fabrieken en kantoren aan de slag gaan. Vrouwen emanciperen en kinderen gaan naar school; koppels beslissen om minder kinderen te krijgen.

Als minder boeren meer voedsel moeten produceren voor meer mensen, investeren ze in landbouwmachines, meststoffen en andere manieren om hun productiviteit te verhogen.

Na verloop van tijd leveren verstedelijking en industrialisering grote milieuvoordelen op. Een voorbeeld: wanneer je bij het koken LPG gebruikt in de plaats van hout, verdwijnt giftige rook bijna helemaal uit je huis én win je heel wat tijd.

De move van hout naar fossiele brandstoffen zorgt ervoor dat bossen kunnen terugkeren en leefruimte bieden aan wilde dieren. Recent slaagde India erin de wouden van de Himalaya te beschermen door de overgang van hout naar LPG te subsidiëren.

Fabrieken en steden zorgen eerst voor meer luchtvervuiling, maar worden na verloop van tijd schoner en groener. Toenemende welvaart maakt de aanpak van vervuiling mogelijk door gebruik van katalysatoren en rookwassystemen. De aanleg van verharde wegen vermindert stof en verbetert mijnbouw, landgebruik en de aanplant van bomen.

In de VS en Europa zijn conventionele vervuilende stoffen op de terugweg sinds de vroege jaren 1970 en broeikasgassen sinds de laatste 10 jaar. Rijke landen kunnen het zich veroorloven om de shift te maken van steenkool naar gas. Dat is schoner, levert een fractie op van de vervuilende stoffen van steenkool en stoot maar de helft broeikasgas uit. In de VS en Europa was de ontdekking van grote olie- en gasvoorraden bepalend voor de shift van steenkool naar gas en de afname van vervuiling. Noordzeegas verminderde de afhankelijkheid van Europa van steenkool in de jaren 1980. In de VS maakt schaliegas hetzelfde mogelijk sinds 2007.

China en India bezitten beide significante gasreserves en schalieolie, maar missen de arbeidskrachten, boorplatformen en pijplijnen. Die zullen er mettertijd komen, maar de vraag is aan welke snelheid deze ontwikkeling zal plaatsvinden.

Omdat zon en wind niet in staat zijn om 24 uur per dag, 365 dagen per jaar stroom te leveren, is hun waarde voor ontwikkelende landen sterk beperkt. Zij hebben immers goedkope, betrouwbare stroom nodig voor hun steden en fabrieken.

Om dezelfde redenen zijn zon en wind ook in rijke landen van beperkt nut. Wanneer zon en wind een grotere plaats innemen op het elektriciteitsnet, neemt hun waarde af. Duitsland is dat nu aan het ontdekken. De reden: zon en wind leveren stroom wanneer het niet nodig is en leveren er geen wanneer de vraag ernaar het grootste is (tussen 5 en 9 uur ’s avonds).

Het is geen toeval dat de nadruk ligt op energiebronnen waarop industrialisering en verstedelijking niet kunnen draaien. Milieubeschermers in India en het Westen promoten sinds de jaren 1960 het romantische idee dat laag energiegebruik, een zelfvoorzienend plattelandsleven, en hernieuwbare energie het beste zijn voor de mens en het milieu. De voorbije 50 jaar tonen ons echter hoe verkeerd deze ideeën zijn. Want economische groei blijft nauw gekoppeld aan energiegebruik. Een recente analyse van 76 landen toont dat Indiërs en Chinezen die 50.000 dollar per jaar verdienen dezelfde hoeveelheid energie verbruiken als Amerikanen en Europeanen met hetzelfde inkomen in het verleden.

Terwijl Europese, Amerikaanse en Indische regeringen de nadruk leggen op off-grid zonne-energie in plattelandsdorpen, krijgen historisch gezien de meeste mensen toegang tot LPG en elektriciteit door naar de stad te verhuizen. Zon en wind worden gepromoot als energiebronnen met een kleine milieu-impact, maar hebben in feite allebei een grote impact wanneer je deze meet per eenheid energie. Beide hebben ze 100 keer meer land nodig als fossiele energiecentrales en kerncentrales. Wind en zon hebben volgens het US Department of Energy vijf keer meer beton en staal nodig dan steenkool, kernenergie en gas.

Gezien deze beperkingen van wind en zon in zowel arme als rijke landen, vereist een betekenisvolle vermindering van broeikasgasemissies een snellere transitie naar kernenergie, eerst kernsplijting en dan kernfusie. De transitie van hout naar steenkool ben 500 jaar geleden; de transitie van fossiele energie naar kernenergie begon amper 50 jaar geleden.

De meeste landen voltooiden de transitie van biomassa (in de vorm van hout en mest) naar fossiele energie volledig of bijna volledig. India is een speciaal geval, het wil beide energietransities tegelijk laten plaatsvinden.

Rijke landen hebben de sterkste wetenschappelijke en technische werkkrachten in huis die nodig zijn om kerncentrales te bouwen en bedienen, maar ideologische opposanten hebben de technologie met succes kunnen tegenhouden sinds de jaren 1960.

Peilingen tonen dat Indiërs voor kernenergie gewonnen zijn, maar het Indische programma voor kernenergie herstelt zich nog maar pas van de isolatie waaronder het leed na internationale veroordelingen rond het non-proliferatieverdrag.

De belangrijkste klimaatverwezenlijking van Modi en Obama is daarom het wegnemen van obstakels die een grotere samenwerking tussen de VS en India rond kernenergie in de weg stonden. India kan daardoor snel beginnen met de bouw van kerncentrales met Amerikaanse en Europese bedrijven en, hopelijk, later ook met Japanse, Chinese en Koreaanse bedrijven.

Hetzelfde moet gebeuren rond gas. De VS kunnen India helpen om een betere toegang te krijgen tot haar gasvoorraden en de Indische regering kan haar voordeel halen uit goedkoop gas dankzij het globaal overaanbod en mogelijk beginnen met de import van grote hoeveelheden gas uit Iran.

Landen over de hele wereld, met inbegrip van de VS en Europa tonen dat de transitie van hout naar fossiele brandstoffen tientallen jaren in beslag neemt. In de mate dat het mogelijk is om meteen de sprong te maken, zal dit vooral zijn van hout naar kernenergie en gas. Niet van hout naar zon en wind.

Hernieuwbare energie heeft een rol te spelen, maar mag landen niet afleiden van het belangrijkste doel: energietransities versnellen voor een beter milieu.

Beoordeel dit item
(0 stemmen)


Alleen abonnees kunnen commentaren posten. Klik hier om in te loggen.
Nog geen abonnement? Klik hier voor meer info.

RSS
LinkeIn
Facebook
Twitter