Aanmelden

BackCover.be

Gepubliceerd in Nieuws

De Oostvaardersplassen, een ‘Novel Ecosystem’ in de lage landen

13 mei 2015 Door 
Konikpaarden lijken op de tarpans die ooit Europa bevolkten. Konikpaarden lijken op de tarpans die ooit Europa bevolkten. © Astrid van Wesenbeeck

De natuur verandert met of zonder de mens. Maar door de aanwezigheid van de mens in onze streken stierven de voorbije 13000 jaar heel wat – vooral grotere – dieren uit, waaronder een aantal grote grazers. De 'originele' grote grazers werden in de Nederlandse Oostvaardersplassen vervangen door dieren die erg op hen lijken. In het volledig nieuwe ecosysteem (novel ecosystem) dat de plassen vormen, nemen ze nu een belangrijke plaats in.

Niet ver van Amsterdam, aan het Nederlandse Markermeer, tussen Almere en Lelystad liggen de Oostvaardersplassen, een bijna 6000 ha groot gebied. De Oostvaardersplassen maakten eerst deel uit van het Markermeer, een zoetwatermeer dat ontstond na het afsnijden van een tak van de Noordzee in 1932. Een stuk ervan werd drooggelegd in 1968. Op een deel ontstonden in de volgende jaren spontaan de Oostvaardersplassen.

Er was op deze plek industrie gepland, maar langs een van de dijken, de Oostvaardersdijk, bleef water opwellen. Het gebied werd omdijkt, waardoor een natuurgebied ontstond dat uitgroeide tot een van de belangrijkste van Europa.

De natuur ontwikkelde er zich op een manier die in Nederland niet voor mogelijk werd gehouden. Waar men er vroeger altijd van uitging dat dieren de vegetatie volgden, bleek dit ineens ook andersom te kunnen. Er daagden duizenden grauwe ganzen op die met hun graaspatroon een mix van open water en rietland creëerden. Dit trok een hele reeks andere vogels aan zoals de roerdomp. Maar omdat de Oostvaardersplassen nog steeds geen officieel natuurgebied waren, was niemand verantwoordelijk voor het beheer van de prille nieuwe natuur.

In 1979 schudde een artikel van de ecoloog Frans Vera de Nederlandse autoriteiten en bevolking wakker. Omdat een grote oppervlakte grasland volgens hem cruciaal was voor het in stand houden van het prille ecosysteem, pleitte Frans Vera voor een uitbreiding van de grenzen van het gebied. Na een heftig maatschappelijk debat werd de geplande spoorlijn Almere-Lelystad landinwaarts verplaatst. In 1986 werden de Oostvaardersplassen erkend als staatsnatuurmonument.

Na de ganzen, wisten ook lepelaars en aalscholvers de Oostvaardersplassen snel te vinden, net als reeën, vossen, hazen, vleermuizen en vlinders. Zelfs de zeearend broedt er sinds een paar jaar weer.

In Rambunctious Garden, een baanbrekend boek over de toekomst van het natuurbehoud, wijdt Emma Marris een volledig hoofdstuk aan de Oostvaardersplassen. Daarin schetst ze hoe Frans Vera en het Nederlandse Staatsbosbeheer Heckrunderen, konikpaarden en edelherten naar de Oostvaardersplassen brachten. Deze natuurlijke grazers moesten voorkomen dat het gebied met bomen zou dichtgroeien.

Konikpaarden lijken op de tarpans die ooit Europa bevolkten. Het konikpaard is een Pools ras dat in de 19de eeuw bij de Poolse boeren in onbruik geraakte en daardoor bijna verloren ging. Met hun schofthoogte van 1,40 meter zijn ze eerder klein. Deze wilde paarden worden intussen ook in een aantal Vlaamse natuurgebieden ingezet als grazers. In ruil mogen ze er vrij rondgalopperen. Je ziet ze in Landschap De Liereman, in het Vijverbroek en in het Haachts Broek.

Het Heckrunderras werd gekweekt door twee Duitse broers die de uitgestorven auroch wilden terugbrengen. De ontstaansgeschiedenis van het Heckrund is op zich al een boeiend verhaal en niet zonder controverses. Zo steunden de nazi's een tijdlang het kweekprogramma omdat ze de auroch zagen als een symbool van een glorieus Arisch verleden. Maar daar trekken de Heckrunderen in de Oostvaardersplassen zich niets van aan. In De Nieuwe Wildernis, een documentaire over de Oostvaardersplassen uit 2013, zie je ze net als edelherten en konikpaarden gezapig voorbijtrekken.

Nergens in Europa vind je grotere wildlevende kuddes paarden en runderen dan in de Oostvaardersplassen. In het gebied lopen 400 Heckrunderen, 1200 konikpaarden en 3000 edelherten door elkaar. Bovendien vliegen er maar liefst 200 grote zilverreigers rond, huizen er 7000 paar aalscholvers, worden er ieder voorjaar weer duizenden jonge grauwe ganzen geboren en zwemmen er miljoenen kikkervisjes rond. Net daarin zit volgens Ruben Smit, ecoloog, fotograaf en maker van De Nieuwe Wildernis de echte natuurwaarde van dit gebied: niet in het feit dat er zeldzame planten en dieren voorkomen, maar wel in de hoeveelheid – de massa – per soort.

Het bewaren van de biologische, ecologische en evolutionaire processen zoals ze vorm geven aan het novel ecosystem de Oostvaardersplassen, zou weleens een belangrijk doel van het natuurbeheer van de toekomst kunnen zijn.

Beoordeel dit item
(0 stemmen)

Laat een reactie achter

RSS
LinkeIn
Facebook
Twitter