Aanmelden

BackCover.be

Gepubliceerd in Nieuws

Visladders bevorderen genetische uitwisseling

23 februari 2016 Door  Redactie
Visladders bevorderen genetische uitwisseling © Felix Lamouroux

Waterkrachtcentrales, stuwdammen en watervallen zijn vaak onoverkomelijke obstakels voor vissen. Dit kan belangrijke gevolgen hebben voor de genetische opmaak van verschillende van elkaar gescheiden populaties. Voor de eerste keer werd onderzocht of en tot op welke hoogte visladders dit nefaste effect positief kunnen beïnvloeden. Een onderzoeksteam van Eawag heeft door kopvoorn te bestuderen aangetoond dat visladders inderdaad de genetische uitwisseling tussen verschillende populaties bevorderen, al worden de gevolgen van de barrières niet volledig tenietgedaan.

Hoewel de kopvoorn één van de meest voorkomende vissen in de Zwitserse wateren is, geniet hij weinig bekendheid onder het algemene publiek. Deze karperachtige wordt al snel 40 tot 50 centimeter groot en kan heel vaak gezien worden dicht bij de oevers, bijvoorbeeld die van Schanzengraben, een picturesk kanaaltje in Zurich, of dichtbij de Rheinfall, Europa's grootste waterval. Door zijn taai, benig vlees wordt de kopvoorn zelden opgediend aan de dis. Zijn lage economische waarde is echter in het voordeel van de wetenschap.

Tot nu toe werd de kopvoorn zelden aangevuld in de Zwitserse wateren, zodat de genetische opmaak van de populatie niet vertekend geraakte, in tegenstelling tot bijvoordbeeld dat van de forel. "Net dit maakt van de kopvoorn een ideaal model om te onderzoeken tot op welke hoogte vistrappen aan waterkrachtcentrales en andere barrières de genetische uitwisseling tussen van elkaar gescheiden populaties kunnen bevorderen", aldus Alexandre Gouskov, hoofdauteur van de studie.
Er zijn ook nog andere redenen waarom de kopvoorn zeer geschikt is voor onderzoek: de vis legt grote afstanden af tijdens het paaiseizoen en het is de enige soort waarvan bekend is dat ze de zeer verschillende visladders gebruiken in de rivieren de Aare, Limmat, Reuss en Rijn.

Arbeidsintensief onderzoek

In de Zwitserse waterlopen bevinden zich vele obstakels. Het rapport Strukturen der Fliessgewässer in der Schweiz van het Federale Bureau voor Milieu bracht in 2009 de noodzaak aan het licht om 10.800 kilometer aan waterlopen en 50.000 kunstmatige obstakels te revitaliseren. Het Rijnse stroomgebied dat onderzocht werd door Gouskov en zijn ploeg omvat 37 waterkrachtcentrales, twee stuwen en de Rheinfall. Tijdens de steekproef waren zes van de artificiële barrières niet uitgerust met visladders.

De onderzoekers namen monsters op 47 plaatsen. Ze vingen ongeveer 50 voorns per locatie met behulp van elektrovisserij. De dieren werden zacht verdoofd, gevangen en gemeten, en een klein stukje van de staartvin werd gesampeld. Daarna werden de vissen terug vrijgelaten in het water.

Eerdere studies toonden aan dat onoverkomelijke barrières een aanzienlijke schadelijke impact hebben op de genetische opmaak van vispopulaties. In het slechtste geval kan deze isolatie leiden tot het uitsterven van een soort. Net daarom worden vistrappen geïnstalleerd aan waterkrachtcentrales en andere barrières.

"We weten uiteraard al dat die ladders worden gebruikt door vele vissen", aldus Alexandre Gouskov, "maar of die visladders daadwerkelijk een goed effect hebben op de connectiviteit en de genetische diversiteit van vispopulaties was nog niet onderzocht."

Met dit onderzoeken naar de genetische opmaak hebben de wetenschappers aangetoond dat visladders inderdaad een positieve impact hebben op de uitwisseling van genen. Een kunstmatig obstakel zonder vistrap heeft een effect op de genetische verscheidenheid van het visbestand dat even sterk is als een afstand van zo'n 100 kilometer in een rivier zonder barrières. In het geval van barrières mét visladders is de equivalente afstand beperkt tot zo'n 12 kilometer.

Volgens Gouskov toont dit aan dat visladders de connectiviteit van gescheiden vispopulatie bevorderen. Maar zelfs met visladders hebben waterkrachtcentrales een aanzienlijk effect op de genetische verscheidenheid van de kopvoorn. Kijkt men naar andere vissoorten, dan zijn deze bevindingen nog significanter omdat tal van soorten de visladders minder doeltreffend gebruiken en daarom nog meer bedreigd worden door fragmentatie.

"Onze resultaten tonen aan dat het zeker en vast zinvol is om de maatregelen die in recente jaren ondernomen worden om de populaties te revitaliseren, verder te zetten", concludeert Alexandre Gouskov. "Maar er is meer nodig om de verschillende soorten te beschermen, onder andere visladders van betere kwaliteit."

Het ontwerp van de visladders bepaalt tot op welke hoogte ze worden gebruikt. Zo is bewezen dat zijkanalen efficiënter zijn dan eenvoudige betonnen trappen. "Tal van vistrappen kunnen fel verbeterd worden", aldus Gouskov. Tijdens het veldwerk voor zijn studie kon hij zelf het effect van verbeteringen waarnemen. "De krachtcentrale van Reinfeld heeft een zijkanaal dat op een vrij natuurlijke wijze gestructureerd is met een aanzienlijke stroming. Alleen al in het eerste seizoen hebben zon 40.000 exemplaren van 33 verschillende vissoorten dat kanaal gebruikt. En dat is goed nieuws, omdat het veel meer is dan bereikt kan worden met conventionele visladders."

Beoordeel dit item
(0 stemmen)

Laat een reactie achter

RSS
LinkeIn
Facebook
Twitter