Aanmelden

BackCover.be

Gepubliceerd in Nieuws

Duitse Energiewende in doodlopend straatje

31 januari 2018 Door  Rauli Partanen

Duitsland heeft honderden miljarden euro’s geïnvesteerd in hernieuwbare energiebronnen. Toch daalt de CO2-uitstoot trager dan gedacht omdat Duitsland kerncentrales sluit en daardoor meer afhankelijk wordt van steenkool.

Info

Duitsland organiseerde in november 2017 de COP23-Klimaatconferentie te Bonn. Het land wilde niet alleen zichzelf maar ook de rest van de wereld imponeren met de idee dat het een vooruitstrevende leider is wat betreft het klimaatbeleid. Helaas vertellen de data en de statistieken een heel ander verhaal.

Het Duitse klimaatbeleid, gekend onder de naam Energiewende, ging van start rond de eeuwwisseling. De regering bereikte toen een akkoord dat de Duitse kernreactoren maar 32 jaar operationeel konden blijven. De laatste centrales zouden in 2022 moeten sluiten.

Andere pijlers van de Energiewende waren ambitieuze doelen voor het terugschroeven van de CO2-uitstoot, enorme verbeteringen op het gebied van de energie-efficiëntie en een groeiend aandeel van hernieuwbare energie, tot 80 procent. Sindsdien voegde Duitsland de daad bij het woord en spendeerde het honderden miljarden euro’s om de capaciteit van de hernieuwbare energiebronnen op te krikken en uit te bouwen om zo de doelstellingen wat betreft de CO2-uitstoot te behalen én het vooropgestelde ambitieuze aandeel van de hernieuwbare energiebronnen te behalen.

Het volgende doel is een vermindering van de CO2-uitstoot met 40 procent ten opzichte van de uitstoot van 1990, en dat tegen 2020. Het ziet ernaar uit dat Duitsland dit doel niet gaat halen. Helemaal niet. De laatste statistische schattingen geven een vermindering van 32 procent tegen 2020. Belangrijker is dat een groot deel van de uitstootvermindering al voor de Energiewende gerealiseerd werd, namelijk toen de weinig efficiënte Oost-Duitse krachtcentrales en fabrieken gesloten werden in de periode na de Duitse eenmaking. Zelfs na het uitgeven van miljarden euro’s jaar na jaar, is de Duitse CO2-uitstoot tussen 2000 en 2016 veel trager gedaald dan het Europese gemiddelde. Dat Europese gemiddelde bedraagt ongeveer 15 procent terwijl Duitsland zo’n 10 procent haalde, een derde trager dus.


Niet genoeg duurzame bronnen om kernenergie te vervangen

Hoe is dat toch mogelijk? Duitsland heeft zich uit de naad gewerkt voor hernieuwbare energie, maar de uitstoot is amper gedaald. De hoofdreden is één van de hoofdpijlers van de Energiewende: de versnelde sluiting van kerncentrales.

Tussen 2000 en 2016 steeg de gecombineerde energieproductie van wind- en zonne-energie tot boven de 110 terawattuur (TWh) per jaar. Bio-energie steeg tot bijna 50 TWh. Maar het sluiten van ruwweg de helft van de Duitse nucleaire installaties betekende dat per jaar ongeveer 85 TWh aan schone energieproductie verdween. Dat is evenveel als de jaarlijkse vraag naar elektriciteit in Finland, meer dan twee keer die van Denemarken. Van 2018 tot 2022 zal er nog eens 85 TWh aan nucleaire energieproductie stopgezet worden.

Maar nu dat propere, hernieuwbare bronnen, zoals wind- en zonne-energie, jaarlijks een beetje meer gegroeid zijn dan wat er aan kernenergie afgebouwd is geworden, lijkt dat een zeer onwaarschijnlijk scenario voor de toekomst. De groei van de energieproductie door middel van fotovoltaïsche installaties is vertraagd en in 2016 zelfs verminderd omdat het niet zo zonnig was in Duitsland. Zelfs de productie van windenergie was minder dan het vorige jaar.

Ondertussen betalen de Duitsers jaarlijks zo’n 25 miljard euro, ongeveer 300 euro per man, vrouw en kind, alleen om de tarieven te betalen van de huidige hernieuwbare capaciteit. Als dit verdeeld wordt tussen de productie van wind-, zonne- en bio-energie (goed voor samen ongeveer 150 TWH), dan wordt alleen al het tarief ruwweg 170 euro per megawattuur. En deze miljarden worden slechts aangewend voor de huidige infrastructuur, en dus niet voor de hoogstnodige hernieuwbare capaciteit.

Mochten dezelfde bedragen gebruikt worden voor een “dure” 1,6 gigawatt EPR-reactor, (een generatie III-type kernreactor) zoals momenteel in aanbouw in Olkiluoto, Finland (TVO’s Olkiluoto 3), dan kan men er elk jaar zo’n drie kopen. Of men kan er vier 1,2-gigawatt WWER-1200 reactoren voor krijgen, die Fennovoima en Rosatom momenteel aan het bouwen zijn op de site van de Hanhikivi-1 krachtcentrale in Finland (water-water-energiereactoren). Dit zou zich laten vertalen naar een bijkomende 35 terawattuur aan elektriciteit met lage CO2-uitstoot per jaar. Tegen dat tempo zou het Duitse energienetwerk effectief koolstofvrij zijn in slechts 15 jaar.


Energiebeleid op de klippen

De Duisters bevinden zichzelf in een zeer moeilijke situatie zonder goede of gemakkelijke opties. De angst en afkeer voor kernenergie zit diep in de Duitse samenleving. Politiek gezien brengt de verdediging van kernenergie niets op, integendeel zelfs, men verliest er alleen maar bij en dus is er weinig animo om er ook maar iets over te zeggen. De Energiewende zal uiteindelijk één van de doelen bereiken: het sluiten van de Duitse nucleaire installaties.

Maar de stijgende kosten van de toevoegingen aan de hernieuwbare energiebronnen beginnen ook op politiek verzet te stoten. Wanneer men daar de politieke slagkracht van de Duitse steenkool- en bruinkoolindustrie aan toevoegt, die trouwens enorm is gezien het aantal jobs en de waarde voor de lokale economie, dan is het niet moeilijk om in te zien het verbranden van kool een verrassend stralende toekomst tegemoet gaat in Duitsland, evenals de invoer van Russisch aardgas.


Met kernenergie zou het anders zijn

Als we even zouden aannemen dat Duitsland zijn kernreactoren behouden had, dan zou de vooropgestelde 40 procent vermindering van de uitstoot al een pak realistischer zijn. Men schat dat Duitsland zo’n 115 miljoen ton CO2 per jaar meer dan het doel van 2020 zal uitstoten. Dit is ruwweg de gecombineerde uitstoot van Finland en Zweden.

Als de productie van kernenergie zo’n 160 terawattuur per jaar zou gebleven zijn, en als de steenkoolcentrales zouden zijn gesloten in plaats van de kerncentrales, dan zou er pakweg 120 miljoen ton per jaar minder uitstoot zijn.

Met andere woorden, het directe resultaat van één doel van de Energiewende, namelijk het sluiten van de kerninstallaties,  heeft een negatief effect op een ander doel van die Energiewende, namelijk de geplande vermindering van de CO2-uitstoot.

De doelen die gesteld werden voor de uitstoot zullen gemist worden en met zo’n grote marge dat men zich moet verwonderen waarom sommige Duitsers wereldwijd hun energie- en klimaatbeleid presenteren als iets dat anderen zouden moeten overnemen. Meer nog, Duitsland zet zijn buurlanden onder druk om hun kerncentrales voortijdig te sluiten.

We moeten ons realiseren dat Duitsland geen leider is wat klimaat betreft. Het is een perfect voorbeeld van hoe een land zijn klimaatbeleid níet moet voeren, toch niet wanneer men de CO2-uitstoot op een efficiënte manier wil verminderen.

Rauli Partanen is auteur van 'Climate Gamble' en ondervoorzitter van de Finse Ecomodernisten.

Beoordeel dit item
(2 stemmen)

Laat een reactie achter

RSS
LinkeIn
Facebook
Twitter